
Ontladend huilen is helend
- Linde Lambrechts

- 26 mrt
- 4 minuten om te lezen
De laatste tijd zie ik steeds vaker berichten verschijnen waarin gesteld wordt dat ontladend huilen niet helend is, dat het zelfs schadelijk zou zijn en dat we kinderen daar niet in mogen laten. En ergens snap ik dat. Echt. Want wat vaak onder die term gebeurt, is ook helemaal niet wat ermee bedoeld wordt. Een kind laten huilen, afstand nemen, wachten tot het stopt… nee, dat is geen ontladen. Dus ja, als dat is wat je bedoelt, dan snap ik dat je zegt: dit klopt niet. Maar dat is niet waar ik het over heb.
Ontladend huilen is geen techniek. Het is geen trucje, geen methode, geen “ik ga dit eens toepassen”. Het is ook niet iets dat jij in gang zet bij een kind. Het ontstaat. Het ontstaat wanneer noden vervuld zijn, wanneer er geen informatie ontbreekt en de tranen toch blijven komen. Dan gebeurt er iets anders. Dan wil een lichaam loslaten.
Misschien helpt het om even niet naar je kind te kijken, maar naar jezelf. Stel je eens voor dat je een zware dag hebt gehad, of misschien een hele week, of langer. Er zit van alles. Het is veel. Wat zou jij dan willen? Iemand die met oplossingen komt, die je probeert te fixen, die zegt dat je eens diep moet ademhalen? Of iemand die er gewoon is. Die blijft. Die luistert. Die niet wegkijkt wanneer het moeilijk wordt. Die je niet probeert te stoppen, maar je laat voelen dat alles er mag zijn. En waarvan je voelt: die kan dit dragen. Dat is het verschil. Niet het huilen op zich, maar de ruimte waarin het gebeurt.
Huilen is namelijk niet zomaar “emotie tonen”. Er gebeurt ook iets in het lichaam. Wanneer een kind spanning, stress of overweldiging ervaart, komt het zenuwstelsel in activatie. Het lichaam maakt stresshormonen aan, zoals cortisol en adrenaline, die helpen om met die spanning om te gaan. Dat is gezond, dat is hoe ons lichaam werkt. Maar die activatie heeft ook een weg naar buiten nodig. En wanneer er veiligheid is, kan dat systeem beginnen ontladen.
Dat ontladen gebeurt op verschillende lagen tegelijk. Op emotioneel niveau betekent het dat gevoelens die gevoeld worden, kunnen bewegen in plaats van vast te blijven zitten. Verdriet, boosheid, frustratie krijgen ruimte om af te ronden. Op hormonaal niveau krijgt het lichaam de kans om stresshormonen af te bouwen en ontstaat er een interne feedback dat het veilig is en dat het gevaar geweken is. En op fysiek niveau zie je dat terug in de bewegingen van het lichaam: armen en benen die bewegen, spanning die vrijkomt, geluiden, veranderingen in ademhaling. Dat is geen overdrijven, dat is energie die vrijkomt — energie die ooit geactiveerd werd in een fight-flight reactie en die nu alsnog een weg naar buiten vindt.
Wanneer die drie lagen samenkomen — emotioneel, hormonaal en fysiek — krijgt het lichaam op alle niveaus dezelfde boodschap: het is veilig, het is voorbij, ik mag ontspannen. En dan ontstaat er rust. Niet alleen aan de oppervlakte, maar diep vanbinnen. Dat is waarom je vaak ziet dat kinderen na zo’n moment lichter zijn, beter slapen en meer meewerken. Niet omdat ze gekalmeerd zijn, maar omdat hun systeem echt tot rust is gekomen.
Wat we vandaag vaak “reguleren” noemen, is in de praktijk heel vaak afleiden, onderdrukken of sneller doen stoppen. En begrijp me niet verkeerd: dat is soms nodig. Als je op straat bent, als je geen ruimte hebt, als het even niet kan. Maar laten we het niet omkeren alsof dat altijd is wat een kind nodig heeft. Heel vaak is het niet wat het kind nodig heeft, maar wat wij op dat moment aankunnen. En dat is oké. Onze noden doen er ook toe. Maar het verschil zien is cruciaal.
Want als we blijven kalmeren zonder dat er echt iets ontladen wordt, dan moeten we blijven kalmeren. Dan blijven we zoeken, blijven we doen, blijven we reguleren. En ergens voel je dat ook: dat het niet echt opgelost is, dat er nog iets zit. Dat er iets vanbinnen blijft vragen om ruimte.
We weten ook dat we elkaar beïnvloeden. Onze lichamen reageren op elkaar via wat we zien, horen en voelen. Maar dat betekent niet dat wij een kind “rustig maken”. Rustige aanwezigheid zorgt er niet voor dat een kind stopt met huilen. Het zorgt ervoor dat een kind zich veilig genoeg voelt om te huilen. Dat is een wezenlijk verschil.
En dat is vaak waar het schuurt. Niet omdat het huilen fout is, maar omdat het iets in ons raakt. Onze blauwe plekken, onze eigen geschiedenis. De meeste van ons hebben dit zelf nooit ervaren. We hebben niet geleerd hoe het voelt om gedragen te worden in onze emoties. Dus het is logisch dat we het nog niet kunnen belichamen. Wat we vaak “buikgevoel” noemen, is niet altijd intuïtie. Heel vaak is het conditionering, oude pijn, iets dat geraakt wordt in ons. En dat is zo begrijpelijk.
En tegelijk kan ik niet ontkennen wat ik keer op keer zie. Bij mijn eigen kinderen, bij mijn metekindje, bij de mama’s die ik begeleid. Wanneer er echt veiligheid is, wanneer iemand blijft, dan gebeurt er iets. Kinderen worden lichter, ze slapen beter, ze werken meer mee. Omdat ze niet langer dragen wat er eerst nog vast zat.
Maar dat ontstaat niet vanzelf. Niet voor mij, niet voor de mama’s met wie ik werk. Want om die ruimte te kunnen geven, moet er eerst ruimte komen voor onszelf. Moet er eerst iets in ons gezien en gehoord worden.
Het is niet het huilen dat overweldigend is. Het is alleen zijn in wat je voelt.
Ontladend huilen is helend. Maar alleen wanneer het gedragen wordt.
Als je voelt dat je hier dieper in wil duiken, kan ik je heel erg aanraden om het boek De taal van huilen van Aletha Solter te lezen, of The Emotional Life of Babies van Marion Rose. En als je voelt dat je dit niet alleen wil begrijpen, maar ook wil leren dragen — voor jezelf en voor je kind — dan ben je heel welkom bij mij, in Mama’s in Unity of in het More Than Mama traject. 💛







Opmerkingen